De Voorbereiding

Twee jaar voor de ontvoering besloten Cor van Hout, Willem Holleeder, Frans Meijer en Jan Boellaard dat ze snel rijk wilden worden door middel van een ontvoering.

heineken-ontvoerders
v.l.n.r. Willem Holleeder, Cor van Hout, Jan Boellaard, Frans Meijer

Tijdens de voorbereiding was het in eerste instantie nog niet duidelijk wie ze zouden gaan ontvoeren. Ze hadden meerdere kandidaten. Waaronder:

  • Wisse Dekker (President-directeur van Phillips)
  • Albert Heijn (President-directeur van AHOLD)
  • Anton Dreesmann (Directeur Vroom & Dreesmann)
  • Alfred Heineken (Grootaandeelhouder van Heineken)

De voorbereiding vereiste een hoop denkwerk, tijd en geld. De vier vrienden investeerden 100.000 gulden om alles te kunnen betalen wat ze nodig hadden. Jan Boellaard was op dat moment in het bezit van een 42 meter lange Romneyloods in het Westelijk Havengebied in Amsterdam. Willem Holleeder, Cor van Hout, Jan Boellaard, Frans MeijerZe bouwden in de loods een dubbele wand met daarachter twee cellen met een lengte van 4 meter. Vanaf de werkplaats in de loods waren de cellen niet te zien en niemand merkte op dat de ruimte nu 4 meter korter was dan voorheen. Tijdens de ontvoering, toen Heineken en Doderer in de cellen waren opgesloten, kwamen er overdag namelijk gewoon mensen in de werkplaats die niets van dit alles merkten.

Toen de voorbereiding in volle gang was, werd Martin Erkamps bij het team betrokken. Hij had een beperkte rol bij de ontvoering. Hij hielp de ontvoerders o.a. bij het stelen van auto’s die gebruikt werden tijdens de ontvoering.

heineken-westelijk-havengebied
De loods in het Westelijk havengebied

De geldoverdracht was het ingewikkeldste deel van de ontvoering. Zo ontstond het idee van een afzuigsysteem gekoppeld aan pijpleidingen. Het briefgeld zou dan door middel van de zuigende kracht door de leidingen worden getransporteerd. Op die manier konden ze van een redelijke afstand het geld in ontvangst nemen. Na een testopstelling bleek echter dat dit een hoop risico’s met zich mee bracht en het te moeilijk was om te realiseren. Een ander idee was om het geld door de onderhandelaars in het water te laten gooien, zodat de ontvoerders met duikuitrusting onder water het geld konden opvangen. Het probleem met dit idee was dat miljoenen aan briefgeld vrij zwaar is om onder water te hanteren. Het gewicht van het geld bleef bij elke manier van overdracht een probleem voor de ontvoerders. Ze wilden geen biljetten van 1000 gulden vragen om de pakkans na de ontvoering te verkleinen. Resultaat daarvan was wel dat het gewicht van het geld op ongeveer 400 kilo zou komen.

De ontvoerders wilden de politie op een dwaalspoor zetten door ze te laten denken dat de ontvoerders uit Duitsland kwamen. Ze deden dit onder andere door de meeste materialen uit Duitsland te halen. Zoals portofoons, radioapparatuur, een gefabriceerde schrijfmachine waarmee ze eventueel brieven konden tikken en A4-papier met een Duits watermerk. Ook alles wat in de cellen te vinden was kwam uit Duitsland.

Lees verder over de ontvoering van Freddy Heineken