Na de ontvoering

Jan Boellaard en Martin Erkamps werden na de inval in de loods vrij snel gearresteerd. De andere drie ontvoerders wisten te vluchten. Frans Meijer heeft nog een aantal weken in Amsterdam doorgebracht, maar gaf zichzelf op 28 december aan. Willem Holleeder en Cor van Hout vluchtten naar Parijs. Hier verbleven zij in een appartement. Op 29 februari 1984 werden ze door de Frans politie gearresteerd.

Aangezien ze geplaatst werden in één van de zwaarste gevangenissen van Europa, wilden ze in eerste instantie zo snel mogelijk uitgeleverd worden aan Nederland. Hun advocaten, waaronder Max Moskovisch sr, adviseerden echter om niet in te stemmen met de uitlevering.

Voor vrijheidsberoving en afpersing hadden Frankrijk en Nederland op dat moment namelijk nog geen uitleveringsverdrag. De twee ontvoerders zouden dan alleen uitgeleverd kunnen worden op basis van ‘schriftelijke bedreiging met de dood’. Ze zouden dan ook voor alleen dit vergrijp veroordeeld kunnen worden in Nederland, wat een aanzienlijk lagere straf zou opleveren.

Van Hout en Holleeder

Na een lange uitleveringsprocedure oordeelde de Conseil d’État uiteindelijk dat Frankrijk Van Hout en Holleeder niet kon uitleveren of berechten. Aangezien de twee ook geen verblijfsvergunning kregen, verbleven ze vanaf 6 december 1985 met huisarrest in Franse hotels.

In februari 1986 zouden ze worden overgeplaatst naar Guadeloupe. Eenmaal in het vliegtuig bleek echter dat ze vanaf daar zouden overstappen, en door zouden vliegen naar het Nederlandse deel van Sint Maarten. Hier gingen de ontvoerders niet mee akkoord, waarna ze op Saint-Barthélemy terecht kwamen. De bevolking van dit eiland kwam in opstand, omdat ze niet wensten dat criminelen naar hun eiland werden overgeplaatst.

Het liep zo uit de hand dat van Hout en Holleeder niet veilig meer waren. Ze werden naar het Franse gedeelte van Sint Maarten overgebracht, maar ook hier was de bevolking hier niet van gediend. Vanuit hier werden ze s ’nachts per bood naar Tintamarre gebracht. Tintamarre is een onbewoond eilandje wat in het Caribisch gebied, ongeveer drie kilometer van Sint Maarten ligt. De dag daarop werden ze per helikopter terug naar Guadeloupe gebracht en daarvandaan met het vliegtuig naar Évry in Frankrijk. Hier werden ze ondergebracht in een hotel welke ze niet mochten verlaten.

Nederland vroeg opnieuw om uitlevering. Hierdoor kwamen de twee ontvoerders opnieuw in een Franse gevangenis te zitten. Van Hout en Holleeder waren het juridische gebeuren intussen zat, en besloten niet in beroep te gaan tegen de uitlevering. In oktober van 1986, bijna twee jaar na de ontvoering, werden ze uitgeleverd aan Nederland.

Frans Meijer en Jan Boellaard

Martin Erkamps werd in oktober 1984 veroordeeld tot 8 jaar cel. Jan Boellaard kreeg 12 jaar. Van Hout en Holleeder werden in februari 1987 veroordeeld tot 11 jaar cel. Omdat de eerdere uitlevering door Frankrijk was ingetrokken verviel de aanklacht ‘schriftelijke bedreiging met de dood’, waardoor ze een jaar minder celstraf kregen dan Boellaard. De tijd dat ze in Frankrijk hadden vastgezeten en ook de tijd dat ze huisarrest hadden gehad werd van hun celstraf afgetrokken. Januari 1992 kwamen van Hout en Holleeder vrij.

Frans Meijer kreeg eerst een psychiatrisch onderzoek alvorens de zaak tegen hem van start ging. Op 1 januari 1985 ontsnapte Meijer uit het Pieter Baan Centrum. Later in dat jaar werd hij zonder zijn aanwezigheid veroordeeld tot 12 jaar cel. In 1994 werd hij in Paraguay gevonden door misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Hij had hier intussen een gezin gesticht. In 1998 werd hij gearresteerd, waarna hij in 2002 aan Nederland werd uitgeleverd. In 2005 kwam hij vrij en keerde terug naar Paraguay.

Lees verder over het mysterie van het losgeld