De ontvoering

alfred-heineken
Alfred Heineken

Tot in de weken voor 9 november 1983 was het plan om de Cadillac, met daarin Heineken en zijn chauffeur Doderer, bij de woning van Heineken in Noordwijk klem te rijden om ze vervolgens te ontvoeren. Het bleek echter dat Heineken zijn routine had veranderd, want elke keer als de ontvoerders er klaar voor waren, kwam hij niet opdagen bij de woning. Hierdoor moesten de plannen worden gewijzigd. De ontvoerders hebben toen besloten om Heineken s ’avonds bij zijn kantoorpand aan het Tweede Weteringsplantsoen in Amsterdam op te wachten.

krantenkop heineken ontvoeringNa twee weken observeren waren de plannen duidelijk en de vluchtroute lag klaar. Op 9 november 1983 was het zover. Op het moment dat Heineken zijn kantoor verliet en richting zijn auto liep, werd hij overmeesterd door Willem Holleeder en Cor van Hout. Ab Doderer schoot hem te hulp, maar die werd gegrepen door Frans Meijer. Met z’n drieën sleepte ze de twee mannen achterin de bestelbus. Jan Boellaard had deze intussen al gestart en reed weg met de klapdeuren nog open.

loods-ontvoering
De loods waar Heineken en Doderer werden vastgehouden

Heineken en Doderer werden achterin het busje geboeid en kregen een helm op met een dichtgeplakt vizier. Hierdoor konden ze niet zien waar ze heen gingen. Heineken had meteen door dat het om een ontvoering ging en bood de mannen in het busje aan om een cheque uit te schrijven. De ontvoerders gingen hier niet op in. Een taxichauffeur had alles gezien en volgde de bestelbus. Zo reden ze een stukje door Amsterdam tot aan een fietstunneltje, waar de ontvoerders van tevoren de paaltjes hadden weggehaald. Onder dit tunneltje stapte ze over op twee andere auto’s. De bestelbus blokkeerde de toegang wat de ontvoerders voorsprong moest geven. Tijdens het overstappen liep Willem Holleeder met getrokken pistool op de taxi af. De chauffeur koos eieren voor zijn geld, reed met een flinke vaart achteruit en ging ervandoor. De ontvoerders vervolgden hun weg naar het Westelijk Havengebied waar de loods met de cellen zich bevond. Ze kwamen op hun weg geen politie tegen. De twee mannen kregen een pyjama aan en werden opgesloten.

De twee cellen zaten achter een dubbele wand in de loods. In de wand zat een geheime deur, die nagenoeg niet te zien was. Overdag werd in deze loods gewerkt, dus de verzorging vond buiten de werktijden plaats. Door tegenvallende onderhandelingen heeft de ontvoering uiteindelijk 3 weken geduurd.

In de video hieronder zie je een interview met het toenmalige hoofd van de afdeling Public Relations van Heineken, R. Elfrink.
Hierin krijg je een duidelijk beeld van het duister waarin de politie op dat moment tastte.

Heineken en Doderer zaten het grootste deel van de tijd vastgeketend aan de muur, ze sliepen op een matras op de grond en hadden een chemisch toilet tot hun beschikking. Na 4 dagen hadden de ontvoerders de deuren van beide cellen open gezet. Toen kwam Heineken er pas achter dat niet alleen hij, maar ook Doderer ontvoerd was. Ze mochten een paar minuten per dag met elkaar praten, maar het grootste deel van die drie weken hebben de twee mannen eenzaam doorgebracht.

Heineken-Telegraaf
Een teken van leven van Heineken tijdens zijn ontvoering

De communicatie tussen de ontvoerders en de politie ging per brief, gecodeerde krantenadvertenties of de ontvoerders lieten door de telefoon een bandje afspelen die eerder was ingesproken door Heineken of Doderer. De eis was 200.000 briefjes Nederlands, Duits, Frans en Amerikaans geld met een totale waarde van 35 miljoen gulden.

De eerste poging om het losgeld over te dragen mislukte. De ontvoerders eisten dat de auto met het losgeld een witte bestelbus met twee rode kruizen moest zijn en van een specifieke locatie moest vertrekken. Dit mislukte echter omdat de bestelbus vanaf die locatie niet kon vertrekken zonder dat de pers er bovenop zat. De tweede poging was op 28 november. In de auto moest alleen de bestuurder zitten, en de auto mocht niet worden gevolgd. De politieman in de auto met het losgeld werd van opdracht naar opdracht geleid. Deze opdrachten hadden de ontvoerders van tevoren in plastic bekertjes begraven. Onderweg moest de agent met het losgeld overstappen op een andere auto. Uiteindelijk, bovenaan een viaduct moest de agent stoppen.

Losgeld-Heineken-Ontvoering
De losgeld tonnen die begraven waren in Zeist

Via een portofoon kreeg hij de opdracht om de geldzakken door afwateringsgoot naar beneden te laten glijden. Recent is bekend geworden dat de politie zeer dichtbij was met het pakken van de ontvoerders, maar dat door defecte nachtzicht apparatuur dit mislukt is.
Onder het viaduct vingen de ontvoerders de zakken geld op en reden met het losgeld weg in een Mercedes Hanomag. De ontvoerders hadden van tevoren tonnen in de grond begraven in de bossen bij Zeist. Hier verstopten zij het losgeld.

Na een anonieme tip viel een arrestatieteam op 30 november de loods in het Westelijk Havengebied van Amsterdam binnen. In eerste instantie werd daar niks ontdekt. Toen de politie erachter kwam dat de achterwand een dubbele wand was werden Heineken en Doderer na 3 weken gevangenschap eindelijk bevrijd.

heineken-en-doderer
Heineken en Doderer na de vrijlating

Het is nooit duidelijk geworden wie de tip heeft gegeven. Het zou gaan om een handgeschreven briefje waar 3 van de 5 ontvoerders werden genoemd. De Amsterdamse politie houdt verdere informatie over de tip nog altijd geheim.

 

Lees verder over de periode na de ontvoering